payrolling
July 02, 2010
Ze kunnen kiezen, maar ook voor werkzoekenden is het moeilijk bij voorbaat te weten of het om een baan en een bedrijf gaat waarin ze willen werken. Achtergrond hiervan is onder andere dat uitzendkrachten hier nauwelijks belangstelling voor hebben. Men tekent hierbij overigens aan dat alle zittende payrolling leden, zowel vast personeel als gedetacheerden, veel ervaring hebben met uitzendkrachten en dat zij de belangen van deze categorie goed kennen en kunnen inbrengen. Men is van plan een en ander stapsgewijs aan te pakken. Die situatie zal zich volgens betrokkenen ook niet gauw voordoen. In drie van de vier bedrijven waren er meer kandidaten dan payrolling zetels en moesten er verkiezingen plaats vinden. In deze twee bedrijven is sprake van een evenredige vertegenwoordiging van vaste en flexibele medewerkers. In bovenstaande opsomming wordt dat bevestigd: het meest genoemde argument (door 48% van de bedrijven) om met gedetacheerden te werken is dat men dan niet voor alle specialismen vaste mensen in dienst hoeft te nemen. de gedetacheerden in het bedrijf te behartigen. Aanpassingen in deze praktijk zijn voorlopig niet aan de orde. Volgens de betreffende payrolling had dat overigens niets te maken met de aard van het bedrijf: ‘Problemen met het vinden van kandidaten komen overal voor. In 3 van de nader onderzochte bedrijven met flexwerkers in de payrolling gaat het om gespecialiseerde detacheringsbedrijven (bouw, financieel, onderhoud), die alleen met gedetacheerden en niet met uitzendkrachten werken. Maar expliciet wordt ook gesteld dat gelijke vertegenwoordiging van het vaste personeel en flexibel personeel geen principekwestie is en dat bij de komende evaluatie opnieuw bezien zal worden of volgens dit model verder wordt doorgewerkt
De kandidaatstelling voor de verkiezingen van de payrolling is in alle vier bedrijven zonder al te grote problemen verlopen. In de twee recent ingestelde payrollen heeft men niet gekozen vooreen evenredige vertegenwoordiging. Naast de centrale payrolling zijn er onderdeelcommissies voor verschillende regio’s en gespecialiseerde groepen bedrijven. De overige bedrijven geven vooral interne redenen op, zoals de ervaren behoefte de flexibele medewerkers meer bij het bedrijf te betrekken (7 maal genoemd), de wens alle categorieën medewerkers, dus ook de flexibele krachten, in de OR vertegenwoordigd te laten zijn (7 maal) en een in die richting geuite behoefte vanuit de flexibele medewerkers zelf (5 maal). Bij de meeste payrolling, namelijk 9 van de 16, zijn dat gedetacheerden. Ook uit het jaarlijkse instroomonderzoek onder uitzendkrachten blijkt dat een groot aantal uitzendkrachten op zoek is naar een vaste baan. Het bleek hierbij in beide gevallen te gaan om grote vestigingen die onderdeel uitmaken van een groter concern. Hun posten zijn in de desbetreffende vestiging alleen tijdelijk niet bezet. Een aantal uitleenbedrijven dat wel een payrolling heeft, geeft in de telefonische enquête aan dat deze payrolling momenteel alleen uit leden van het vaste personeel bestaat en dat er geen uitzendkrachten of gedetacheerden in vertegenwoordigd zijn. In beide gevallen stelt men expliciet dat het wat dit model betreft om een experiment gaat dat na een paar jaar zal worden geëvalueerd. Op dit moment is de schaarste aan uitzendkrachten voor het bedrijf een groot probleem.
Gepost door Esmee W. op 11:23
Comments Off
boktor
November 19, 2009
Loopkevers zijn tot 2,5 cm lang en hebben een glanzend, paarszwart dekschild. U vindt ze onder bodembedekkende planten of verborgen onder rottende vegetatie of in mulch. Ze zijn merendeels nachtdieren, die op slakken en rupsen en daarnaast kleinere schadelijke insecten jagen. De ranke en vlugge kortschildkevers lijken op bruine en zwarte oorwormen zonder scharen. Ze komen voor in composthopen en onder mulchlagen. Ze voeden zich met slakken en insecteneieren en -larven in de grond. Gaasvliegen behoren tot de belangrijkste insectenpredators in iedere tuin. Een volwassen gaasvlieg leeft 20 tot 40 dagen en voedt zich met stuifmeel en door bladluizen uitgescheiden honingdauw. Iedere dag legt een vrouwtje 10 tot 30 eieren op kleine stengels, zodat vermeden wordt dat de later uitkomende larven opgegeten worden door die welke eerder volwassen worden. Deze bleekbruine larven zijn ongelooflijk actieve predators. De op kleine, slanke wespen lijkende zweefvliegen zijn eveneens bekoorlijke insectenpredators. Ze bootsen de tekeningen van bijen en wespen na om zichzelf te beschermen tegen aanvallen door vogels, spinnen en andere roofvijanden. Maar zweefvliegen zijn veel kleiner, bidden stabiel in de lucht in plaats van omhoog en omlaag te schieten en hebben slechts één paar vleugels. Net zoals gaasvliegen voeden volwassen zweefvliegen zich met nectar en stuifmeel. Het zijn hun larven die bladluizen verorberen. Deze geleedpotige larven zijn bruin of groen en zijn vaak te vinden midden in bladluiskolonies.Gaasvliegen en zweefvliegen zijn drukke eters en bestuivers worden vooral bedreigd door pesticiden die op bloeiende planten worden gebruikt. Zet ze in om uw bladluizen te bestrijden. Mocht de zaak niettemin uit de hand lopen, probeer dan een exploderende bladluispopulatie te beteugelen met een spray van zeep en water. U kunt ‘gaasvlieghotels’ kopen om ze naar uw tuin te lokken, maar ze zullen alleen blijven en zich voortplanten als u voor een voldoende verscheidenheid aan lokplanten zorgt. Vogels zijn zowel vrienden als plaagdieren, maar ze baten meer dan te schaden en u zou daarom moeten proberen ze gastvrij te onthalen. Van hun onhebbelijkheid om uw fruit, zaden en zaailingen te pikken kunt u gek worden, maar ze voeden zich met honderden verschillende plaagdieren in verschillende ontwikkelingsstadia - inclusief waarlijk lastige plagen als huisjes- en naaktslakken, appelbladrollers, aardrupsen en ritnaalden. Bovendien beluchten ze de grond waar ze daar op zoek naar insecten met hun snavel in prikken.
Vleermuizen eten per nacht duizenden insecten en hun uitwerpselen zijn een zeer rijke mest. Ze zijn daarnaast zeer effectief bij boktor bestrijding van zomerse bijtende insecten, zoals muskieten en muggen, aangezien ze tevoorschijn komen rond het tijdstip dat de bijters het actiefst worden. Egels eten slakken, duizendpoten en een heleboel schadelijke larven. Moedig ze in uw tuin aan met geschikte overwinteringsplaatsen als stapels houtblokken. Voed ze niet, want anders zullen ze zich niet van hun taak als plaagbestrijders kwijten. Egels zijn verzot op bier; gebruik derhalve geen biervallen wanneer ze in de buurt zijn. Probeer padden en kikkers te voorzien van een vijver en enkele donkere, vochtige plekjes. Kikkers voeden zich hoofdzakelijk met naaktslakken, en op het menu van padden prijken ook talloze insecten, houtluizen en mieren. Padden en kikkers schuilen in de winter onder plantenmateriaal. plaagproblemen beperkt. Eén manier voor het garanderen van de juiste condities is het aanplanten van bepaalde combinaties van planten die elkaar beïnvloeden. Planten kunnen elkaar steunen door bepaalde voedingsstoffen aan de grond toe te voegen en door bescherming te bieden tegen het weer, onkruid en plagen en ziekten. Sommige planten scheiden stoffen uit die insecten afstoten, door een geur te verspreiden die plantspecifieke plaagdieren weglokt van de geur van de planten waar ze naar op zoek zijn, en door plagen aan te trekken en te vangen. Specifieke planten voorzien voorts in een perfecte broedplaats of voedsel voor nuttige insecten. Ook al houdt u de plaagpopulatie onder de duim door afstotende planten, dan nog moet u bloemen planten die plaagpredators aantrekken. Afrikaantjes (Tagetes spp.) kunnen een belangrijke rol spelen in de bestrijding van plagen. De wortels van afrikaantjes scheiden stoffen uit die een ontmoedigend effect hebben op nematoden in de grond: kleine, aalachtige draadwormen die de wortels van tal van planten aanvallen en besmetten. Als u met een nematodenprobleem in een groentebed zit, probeer dan een heel seizoen een aaneengesloten blok afrikaantjes te laten groeien en spit ze daarna zoals een groenbemesting onder.
Gepost door Esmee W. op 17:55
Comments Off